Goed beeld van bodemdaling

Het rapport Beelden van Bodemdaling geeft inzicht in het handelingsperspectief over het onderwerp bodemdaling in het Groene Hart. Bestuurlijk trekker Hilde Niezen (namens gemeenten Alphen aan den Rijn, Gouda en Woerden) overhandigde woensdag 14 juli het rapport aan Johan Osinga (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit).

Kees 400xAan inwoners, agrariërs, ondernemers, overheden en terrein beherende organisaties is gevraagd hoe zij denken over bodemdaling en hoe zij daarmee omgaan. Het rapport is tot stand gekomen binnen de Regio Deal bodemdaling Groene Hart, waarin overheden, kennisinstellingen, agrarische sector, bewoners en bedrijfsleven samenwerken aan een aanpak voor het omgaan met bodemdaling.

Bodemdaling is een urgent probleem

Bodemdaling is een urgent probleem voor het Groene Hart. Zowel in de stad als op het land. Bodemdaling zorgt voor verzakkingen in steden en dorpen. Dit heeft veel negatieve gevolgen. Door de lage grondwaterstand of het gewicht van het huis, kunnen huizen die niet op palen staan, ongelijk zakken. Er ontstaat schade aan funderingen en wegen en waterleidingen breken. Doordat we water uit de sloten pompen, komt het grondwater steeds lager te staan. Zo komt het veen droog te staan en komt er lucht bij. Om CO2-uitstoot tegen te gaan, moet de waterstand in de bodem hoog blijven. Dat is lastig voor boeren. Voor lokale overheden is het onderhouden van verzakkende straten, wegen en rioleringen een dure zaak. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende in 2016 in het rapport ‘Dalende bodems, stijgende kosten’ de totale kosten tot 2050 op maar liefst 22 miljard euro. 

Regiodeal Bodemdaling Groene Hart

Met de projecten binnen de Regiodeal Bodemdaling Groene Hart streven we er naar het handelingsperspectief te vergroten. De projecten geven inzicht in hoe mensen uit verschillende doelgroepen denken en om kunnen gaan met de gevolgen van bodemdaling. Met de Regio Deal nemen we vanuit Regio en Rijk gezamenlijk verantwoordelijkheid om hier mee aan de slag te gaan.

Directeur-generaal Johan Osinga: “Bodemdaling in het Groene Hart raakt iedereen. De brede welvaart van inwoners en bedrijven in dit gebied staat onder druk. We werken als Rijk en Regio samen om hier oplossingen voor te vinden, nu en op de langere termijn. Dit gebeurt onder meer in de Regio Deal Bodemdaling Groene Hart, waar we via diverse projecten leren om te gaan met de gevolgen van bodemdaling. Deze kennis komt ook van pas nu het Groene Hart is aangewezen als NOVI-gebied en bij de gebiedsgerichte aanpak veenweidegebieden, waarvoor vanuit het Klimaatakkoord een substantieel bedrag beschikbaar is gekomen.”

Het rapport Beelden van Bodemdaling maakt deel uit van de Regio Deal Bodemdaling Groene Hart. Het Groene Hart heeft een veenbodem en daardoor veel last van bodemdaling, zowel in het agrarisch als stedelijk gebied. Binnen de Regio Deal worden ruim 20 innovatieve experimenten uitgevoerd. De kennis en oplossingen die in de regio worden verzameld, kunnen ook op andere plaatsen in Nederland en mogelijk internationaal worden toegepast. Meer informatie (inclusief het rapport) leest u op www.bodemdalingdebaas.nl. 

Conclusies uit het rapport

Het rapport is het resultaat van een nulmeting. De eerder genoemde doelgroepen beantwoordden vragen over de kennis op het gebied van bodemdaling, zoals: ‘Ben ik bekend met bodemdaling?  Wat kan ik doen aan de gevolgen van bodemdaling? Heb ik last van de gevolgen van bodemdaling? De belangrijkste resultaten:         

  • Veel mensen uit de verschillende doelgroepen zijn al bekend en bezig met bodemdaling, namelijk meer dan 90% van alle ondervraagden. Ongeveer een derde van de inwoners, agrariërs en ondernemers geeft aan dat bodemdaling invloed heeft op hun dagelijks leven. Meer dan 50% van de inwoners geeft aan dat ze verzakkingen van de tuin ervaren.  
  • We kunnen meer aan bodemdaling doen dan we denken. We schatten onze eigen invloed op bodemdaling lager in dan daadwerkelijk het geval is. In de wetenschap wordt er vanuit gegaan dat we voor 90% iets aan bodemdaling kunnen doen en dat 10% zich buiten onze invloed bevindt. Vrijwel alle doelgroepen schatten dit (veel) te laag in.  
  • Uit de enquête blijkt dat bodemdaling wordt gezien als een probleem voor iedereen. Hierbij zoeken de ondervraagden naar samenwerking. 100% van de respondenten bij terrein beherende organisaties geeft aan dat samenwerking met de regio noodzakelijk is; 88% vindt dat samenwerking met het Rijk noodzakelijk is.
  • Alle doelgroepen voelen zich verantwoordelijkheid voor de aanpak. Maar in de eerste plaats wordt deze belegd bij álle overheidsorganisaties die betrokken zijn bij bodemdaling. Zo vindt meer dan 80% van alle ondervraagden dat waterschappen, gemeenten, provincies en het Rijk verantwoordelijk zijn.